
Warmtebeleid
In Utrecht werken we aan een toekomst waarin iedereen zijn woning of gebouw duurzaam en betaalbaar kan verwarmen. Zonder aardgas.
In 2025 hebben we een nieuw plan, de Beleidsnota Warmte, opgesteld. Hierin staan uitgangspunten en leggen we keuzes vast. Daarmee sturen we op de overstap naar duurzame warmte. Deze nota is de basis voor het Warmteprogramma. Daarin staat waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan en hoe we dat aanpakken. Elke gemeente in Nederland moet vóór eind 2027 zo’n Warmteprogramma hebben.
💡 Wil je op de hoogte blijven? Klik dan op de rode volgknop rechtsboven.
Fases
Terugkoppeling onderzoek Betaalbaarheid
In het voorjaar van 2025 deden 17 gemeenten mee aan een landelijk onderzoek naar betaalbare warmte. In totaal vulden ruim 14.000 inwoners de vragenlijst in, waaronder ruim 1.400 inwoners van Utrecht.
Belangrijkste conclusies
Uit het landelijk onderzoek komen vier belangrijke conclusies naar voren:
- Brede steun voor duurzame warmte. Landelijk steunt 61% de overstap van aardgas naar duurzame warmte, in Utrecht ligt dit nog hoger: 72%.
- Inwoners vinden het belangrijk dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken en transparant zijn over opbrengsten en kosten.
- Hoewel mensen liever niet méér betalen dan voor aardgas, steunen velen toch een aanpak die meer kost als dat leidt tot CO₂-besparing en meer wooncomfort.
- Van alle deelnemers maakt 80% zich zorgen over het klimaat. Zij vinden vaker dat de overheid mag bepalen hoe een wijk overstapt en hebben vaker een voorkeur voor een energiebedrijf in publieke handen. 18% maakt zich geen zorgen en hecht juist meer waarde aan vrijheid om zelf te kiezen en meer tijd voor de overstap.
Wat halen we uit de Utrechtse resultaten?
In het Utrechtse rapport zien we dezelfde lijn terug als landelijk. Inwoners geven aan dat zij liever hetzelfde betalen als bij aardgas en dat hogere kosten alleen acceptabel zijn als daar meer comfort of CO₂-besparing tegenover staat. Daarnaast vinden Utrechters het belangrijk dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken en dat de overheid de regie neemt, wanneer dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden.
Deze inzichten sluiten aan bij keuzes die de gemeente al eerder in de Beleidsnota Warmte maakte, zoals het sturen op publiek eigendom van warmtenetten en het nemen van regie waar dat maatschappelijke kosten verlaagt (via de aanwijsbevoegdheid).
Ook wordt uit de resultaten duidelijk dat de voorwaarden voor betaalbaarheid sterk verschillen per groep. Zo zijn de acceptabele extra kosten voor inwoners die financieel moeilijk rondkomen ongeveer twee keer zo laag als voor de gemiddelde inwoner. Voor inwoners die géén zorgen hebben over het klimaat liggen de acceptabele kosten voor CO₂-besparing zelfs vijf keer zo laag als voor inwoners die wél klimaatzorgen hebben.
Hoe gebruiken we de resultaten in Utrecht?
De resultaten geven ons beter zicht op de voorwaarden die inwoners belangrijk vinden bij de collectieve overstap naar duurzame warmte. Deze inzichten gebruiken we bij het opstellen van het Warmteprogramma, waarin we beschrijven hoe we de komende jaren aan de slag gaan met het aardgasvrij maken van buurten. Het rapport laat vooral zien dat de voorwaarden per groep verschillen (bijvoorbeeld naar inkomen of klimaatzorgen). Daar kunnen we bij participatie rekening mee houden wanneer we in buurten aan de slag gaan.
